Het Brusselse imperatief mandaat

Het is goed om rekening te houden met een staatsrechtelijke kwestie, namelijk het principe dat er geen sprake kan zijn van een imperatief mandaat. Dit principe houdt in dat een volksvertegenwoordiger nooit een opdracht meegegeven worden, maar dat hij ongebonden naar eer en geweten en naar eigen inzicht het algemeen belang kan dienen. Een klassiek voorbeeld van een een imperatief mandaat is een kiezer die tegen een volksvertegenwoordiger zegt: “In ruil voor mijn stem, verlaag je de belastingen van mijn bedrijf” – dat is dus verboden.

Gebeurd dit ook met de richtlijnen van de Europese Commissie? Parlementariërs worden verkozen op basis van verkiezingsprogramma’s, maar krijgen tegelijkertijd de permanente opdracht mee om de wens van de Europese Commissie uit te voeren. Is dit eigenlijk wel correct, staatsrechtelijk bezien?

De richtlijnen van de Europese Commissie zijn feitelijk een imperatief mandaat. De richtlijnen worden in Brussel gemaakt en moeten door nationale parlementariërs omgezet worden in Nederlandse wetten, zonder dat ze de keus hebben om dat niet uit te voeren. (Dat geldt ook voor absurde regels zoals de beruchte “komkommerrichtlijn.”)

image

Juristen zien hier meestal niet het probleem van in – er is immers een verdrag, democratisch aangenomen, waarin dit zo is geregeld. Maar worden hierdoor nationale parlementariërs niet beperkt in hun keuzevrijheid?

 

The following two tabs change content below.
Dennis P. Petri
Dennis P. Petri is Director of Plataforma C, Platform for Christian Politics. A political scientist by training, he specializes in comparative politics with a specific interest in Latin America. He is currently working on a dissertation about religious freedom at VU University Amsterdam.
Dennis P. Petri

Latest posts by Dennis P. Petri (see all)

Leave a Reply